Weg uit de hel

 

Als Jessica de mooie Bink ontmoet, krijgt haar leven een nieuwe wending. Ze komt er te laat achter dat Bink een loverboy is en probeert aan hem te ontsnappen. Ze wordt daarbij betrapt en naar de baas gebracht. Daar wordt ze geslagen en gemarteld. Uiteindelijk ontsnapt Jessica en duikt ze een tijdje onder bij jongens die ze ontmoet. Ze wordt verliefd en dat brengt haar opnieuw in de problemen. Tijdens haar vlucht uit deze situatie springt ze in een rivier. Ze wordt gered en komt in het ziekenhuis terecht. Daar wordt ze geholpen door een agent, Tim van Treden. Samen doen ze er alles aan om de loverboys op te pakken.

  

Een fragment uit het boek:

 

Hier lig ik dan. Alleen. Misselijk. Misselijk voor wat er gaat komen. Is dit wel een goed idee? En wat als ik gepakt word? Dán heb ik een groter probleem. Groter dan ik al heb. Ik knijp in het dekbed, probeer mijn tranen in bedwang te houden. De afgelopen twee jaar waren verschrikkelijk. Ik probeer er niet meer aan te denken maar toch doe ik het. Ik voel een steek in mijn buik. Godver.  Mijn gedachten dwalen af naar die klootzak. Met klootzak bedoel ik Bink. En terwijl ik aan hem denk, doet het me pijn. Is het raar als ik zeg dat ik nog van hem houd? Ja, ik denk het wel. Na alles wat ie me heeft aangedaan, is het wel raar. Bink was m’n eerste vriendje – en daarmee ook m’n laatste. Ik was zeventien toen mijn moeder dood ging. Mijn vader was nooit thuis, én als die thuis was, was hij dronken. Je begrijpt het al. We waren geen droomgezin. Ik had weinig vrienden en was erg eenzaam. En toen kwam Bink. We zagen elkaar op school. Hij zag er goed uit. Knap koppie. Met een glimlach op zijn gezicht liep hij naar me toe. ‘Hé!’ zei hij. Ik hield stil, keek naar hem. Hij droeg een dure spijkerbroek, een baseballpet en een Replay shirt. Hij zag er ècht goed uit. Meteen voelde ik me rot. Ik keek naar mijn kleren. Een normale spijkerbroek en shirtje. Ik keek weer naar hem, probeerde het met een glimlach. ‘Wauw, je bent echt mooi! Ik bedoel – ik zag je al lopen en – ’ ‘Bespioneerde je me?’ ‘Nee nee. Ik zou niet durven. Maar ik bedoel – èlke jongen zou je opmerken.’