Verloren Onschuld

 

Scholen worden opgeschrikt door moorden op jonge meisjes. De dader is onvindbaar. Op één van de scholen in Nederland wordt er een levenloos meisje aangetroffen. De negentienjarige tweeling zussen Lola en Jenna waren bevriend met dat meisje. Lola is doodsbang, terwijl Jenna juist vol moed en woede zit. Zij is ervan overtuigd dat ze de dader vindt. Ze komt dichtbij de waarheid - veel te dichtbij. En dat brengt het leven van haar zus ernstig in gevaar.

 

 

 

Een fragment uit het boek:

Ik streelde haar zachtjes, vol liefde, net zoals ik een kat zou aaien. Ik keek naar haar lieve gezicht. Haar ogen waren open, keken mij aan. Ze lag met haar hoofd op mijn arm, als een pasgeboren baby. Ze had geblondeerd haar, je kon de bruine uitgroei duidelijk zien. Haar wenkbrauwen waren perfect geëpileerd, duidelijk het werk van een schoonheidsspecialiste. Ik snoof de geur op van lavendel en nog iets wat ik niet kon thuisbrengen, waarschijnlijk afkomstig van een duur merk parfum. Het was duidelijk dat ze veel tijd en geld besteedde aan haar uiterlijk. Haar mond stond halfopen alsof ze iets wilde zeggen. Ik streelde haar wang. ‘Sst, stil maar. Het komt goed.’ Ik loog en dat wist zij ook. De alcohol en drugs die ik haar had toegediend deden hun werk prima. Ik had op internet gelezen dat alcohol en rohypnol niet goed samengingen, dat degene die het samen inneemt slaperig wordt. Ik glimlachte. Het klopte. Ze mompelde iets. Ik legde mijn hand op haar mond. Haar handen waren vastgebonden met een stuk ijzerdraad. Haar shirt was gescheurd en haar broek was afgegleden tot haar knieën. Er zat een bloedvlek op. Ze bewoog met haar bovenlichaam en maakte een soort gillend geluid. Ik drukte mijn hand harder tegen haar mond, kneep haar neus dicht. Ze begon te worstelen, wilde nog weerstand bieden, maar wist dat ik het was die de wedstrijd zou winnen. Ze was uitgeschakeld, en ze wist het maar al te goed. Ik wachtte tot ik zeker wist dat ze dood was, ze bood geen weerstand meer. Ik haalde mijn hand weg en glimlachte. De handschoenen die ik aanhad, zouden geen vingerafdrukken nalaten. Ik zou helemaal geen sporen nalaten. Haar ogen waren glazig van de tranen. Ik bracht mijn hoofd naar die van haar, kuste haar voorhoofd. ‘Goed gedaan, mijn lief.’